Klei

Klei is een heel vruchtbare maar weerbarstige grondsoort.
Onze vette zeeklei is bij droogte als beton en wanneer ze nat is kun je er potten van draaien.
Daarom zul je de struktuur van deze grond moeten verbeteren.

Structuur van kleigrond verbeteren en goed houden

Klei bestaat uit microscopisch kleine, dunne plaatjes. Die kleven stevig aan elkaar. Ze kunnen wel langs elkaar glijden wanneer er water tussen de plaatjes zit. Dit geeft klei zijn smeuïge, dichte structuur. Daar zit nauwelijks lucht in, een van de voorwaarden voor plantengroei. Daarom zul je de structuur moeten verbeteren. Dat doe je door ander materiaal of lucht tussen de plaatjes te brengen. Dat kan op de volgende manieren:

  • Je kunt er zand door mengen, je krijgt dan zavelgrond.
  • Je kunt er gesteentemeel doorheen mengen.
  • Je kunt er organisch materiaal doorheen werken in de vorm van mest en compost. Dat organisch materiaal wordt door het bodemleven afgebroken tot humus, het laatste en fijnste stadium.
  • Door toepassen van Calcium verbeter je de struktuur chemisch: de kleideeltjes gaan minder aan elkaar plakken. Calcium is een belangrijk bestanddeel van kalk. Hou bij het strooien van kalk wel rekening met je bemesting. Kalk zorgt namelijk voor het versneld vrijkomen van voedingsstoffen. Dat wil je meestal niet. Langzaam en geleidelijk vrijkomen is gewenst. Strooi daarom minstens een maand voordat je gaat bemesten kalk over de tuin. Dat kan prima in januari en februari, ook wanneer de grond nog bevroren is.
  • Ook strenge vorst maakt de structuur van kleigrond beter. Daarvoor is het nodig om de bodem vóórdat het gaat vriezen open te werken zodat de vorst er diep in door kan dringen. Dat openmaken doe je door in de herfst te spitten en de kluiten niet fijn te maken. Wanneer je de bodem niet zo ingrijpend wil verstoren, en eigenlijk moet je dat niet willen, want bij spitten keer je de bovenste laag met alle bodemleven erin om, kun je je grond met de spitvork of met de grelinette open zetten. Bij bevriezing zet het water tussen de plaatjes uit en wordt ijs en na de dooi wordt de ontstane ruimte opgevuld door lucht. Vervang die lucht zoveel mogelijk door ander materiaal, lucht wordt namelijk makkelijk tussen de plaatjes uit geperst wanneer je over natte klei loopt en dan ben je terug bij af.

Structuurverbetering is een proces van jaren.

  • In bijna alle gevallen geldt: bewerk klei niet wanneer ze te nat is. Dan doe je alle struktuurverbeteringen zomaar weer teniet. Tuinieren op klei is vooral een kwestie van wachten op het juiste moment dat de klei niet zo nat is dat ze plakt en niet zo droog is dat ze hard wordt.
    Lóóp ook niet over natte kleigrond. Gebruik staptegels en loopplanken. Maak bedden die zo smal zijn dat je vanaf het pad bij alle plantjes kunt komen. De bedden maak je hoger door de grond van de paden op de bedden te scheppen. Door de paden weer naar greppels af te laten lopen kun je een teveel aan water afvoeren.
    Maak de grond fijn en los voordat je gaat zaaien of poten. Hou het daarna los en onkruidvrij door te hakken of schoffelen tussen de planten. Gebruik scherp gereedschap, daarmee snij je het onkruid af. Laat het liggen zodat het de grond bedekt.
  • Dit afdekken van de grond (mulchen) heeft heel veel voordelen: De grond blijft vochtig. Regen wordt gedempt zodat de grond niet dicht slaat. Voedingsstoffen spoelen niet uit. En vooral: het bodemleven vaart er wel bij. Je krijgt wormen, kevers en torretjes, duizendpoten, springstaartjes en de kleinsten van allemaal: bacteriën en schimmels. Deze laatsten vormen de onmisbare schakel tussen de voedingsstoffen in de grond en de plantenwortels. Bacteriën en schimmels vormen een symbiose met de planten door in en om hun wortels te groeien en voedingsstoffen uit de humus en de kleiplaatjes vrij te maken in een vorm die de planten kunnen gebruiken. Het is dus zaak om bacteriën en schimmels te stimuleren. Nou zitten er in alle bodems bacteriën. Daar hoef je niet zoveel voor te doen.Het zijn de schimmels waar we moeite voor moeten doen. Schimmels en hun draden groeien in vergelijking met bacteriën maar langzaam. Bewerkingen als spitten, ploegen en vooral frezen vernielen de aanwezige schimmels. Die zul je weer terug moeten brengen, stimuleren en daarna met rust laten. Bodems zijn òf bacteriedominant òf schimmeldominant. Eenjarige gewassen, bijna al onze groenten, doen het het beste in bacteriedominante grond. Meerjarige planten en struiken en bomen prefereren schimmeldominante bodems. Onder andere met mulchen kun je dit sturen. Grove mulch stimuleert schimmels. Ook mulchen met bruin materiaal doet dat. Fijne mulch stimuleert bacteriën. Groen materiaal doet dat ook. Wanneer je de materialen in de grond werkt stimuleert dat ook meer de bacteriën. Je kunt ook mulchen met grove compost, stro, bladeren (niet elke bladsoort), gemaaid gras, tuinturf, houtsnippers en zelfs karton. Wanneer je 'n groenbemester hebt gezaaid laat je de planten gewoon liggen wanneer ze verdorren en bevriezen.